Starten met een spiegelreflexcamera

DOOR Kenneth Verburg in Basiscursus – 39 reacties

Onderdeel van de serie 1. Basiskennis
■Starten met een spiegelreflexcamera
■Diafragma, hoe werkt het
■De beste sluitertijd kiezen voor een foto
■Lichtgevoeligheid (ISO), een vergeten camera instelling
■De belichtingsdriehoek
■De beste camera instellingen
■Hoe werkt autofocus op je camera
■Hoe werkt camera witbalans

Je hebt recent je eerste spiegelreflex camera gekregen of gekocht? Een flinke stap van een compactcamera en een stap die vaak wordt gezet als je meer wilt leren over fotografie. Zoveel te leren, maar waar te beginnen? In dit artikel geef ik een flink aantal tips als je net met een spiegelreflexcamera begint.

fotograaf[1]

Foto: wibs24, iStockPhoto

Een spiegelreflexcamera is een stap omhoog ten opzichte van een compactcamera, maar niet een magisch apparaat dat je opeens topfoto’s laat maken. Met een spiegelreflexcamera vergroot je de mogelijkheden om een mooie foto te maken, maar een goede fotograaf kan in de juiste omstandigheden met het juiste licht ook een goede foto maken. Dit vereist dat je je camera beter leert kennen en veel experimenteert.

Een van de eerste aankopen die ik je wil aanraden als je een nieuwe camera hebt is een extra accu en een paar extra geheugenkaartjes. Zo kun je naar hartelust experimenteren en heb je aan het einde van de dag nog energie in de accu en ruimte op de geheugenkaart om net die schitterende zonsondergang nog even mee te pikken. Wis de geheugenkaartjes alleen in de camera en gebruik een losse kaartlezer met USB om ze sneller naar je computer over te zetten.

Een ander goed startpunt is de handleiding. Niet om meteen helemaal door te lezen, maar ze bieden een goed hulpmiddel om de verschillende functies te leren kennen. Zeker als je op internet of in een boek bepaalde technieken leert en je wilt bekijken hoe dit met jouw camera moet. Houd daarom de handleiding zeker bij de hand als je met je camera op stap gaat.

Koop nog niet meteen een aantal nieuwe lenzen, tenzij je een heel goed idee hebt van het soort fotografie dat je wilt gaan doen is het een goed idee eerst even te experimenteren met de bijgeleverde zoomlens, de kitlens. De kwaliteit is meestal niet super, maar je kunt er nog steeds goede foto’s mee maken en door de beperkingen te leren kennen weet je beter waar je behoefte aan hebt.

Zoeker of LCD scherm

In tegenstelling tot een compactcamera kijk je bij een spiegelreflexcamera door een zoeker om de compositie te bepalen. Hier komt de spiegel uit spiegelreflex vandaan, het beeld van de lens wordt door middel van een opklapbare spiegel naar de zoeker gestuurd. Op het moment dat je de foto maakt klapt de spiegel omhoog zodat het licht op de sensor kan vallen, na de ingestelde sluitertijd klapt de spiegel weer om.

Door de zoeker zie je dus precies hetzelfde beeld als de uiteindelijk foto, hoewel niet alle zoekers 100% van het beeld tonen. Als je een foto maakt is het een goed idee om met je oog langs de randen van het beeld te gaan om te kijken of je niet toevallig een prullenbak of ander element in de foto hebt opgenomen die de aandacht kan afleiden.

Op de meeste nieuwe camera’s zit een functie die Liveview heet, hiermee kun je op het LCD scherm aan de achterkant van de camera het beeld bekijken. Dit levert echter een minder stabiele situatie op, je moet je handen uitgestrekt voor je houden in plaats van door de zoeker te kijken.

Dit gaat nog wel met een compactcamera, maar een spiegelreflexcamera en lens is vaak zwaarder, waardoor je grote kans hebt op onscherpte door beweging van de camera. Daarnaast zie je weinig op het LCD scherm op een dag met felle zon. Liveview is vooral handig als je de camera op statief gebruikt of je niet eenvoudig door de zoeker kunt kijken.

nikond3000achterkant[1]

Het beste kun je met je linkerhand een platformpje maken waar je de camera op legt. Omklem met je hand ook een stukje van de lens. Je zult merken dat de camera een stuk stabieler is. Breng daarna de camera naar je gezicht, doordat je je armen buigt is je camera nog stabieler. Als laatste stap kun je dan ook de camera tegen je hoofd aandrukken. Dit is een stabiele, maar ook natuurlijke houding als je door de zoeker van de camera kijkt.

Semi-automatisch

De resultaten op de automatische stand zijn niet slecht, zeker niet onder standaard omstandigheden, maar je benut niet echt de mogelijkheden van je nieuwe camera.

Kies daarom voor één van de semi-automatische standen waarmee je de één van de drie elementen van de belichtingsdriehoek – diafragma (hoeveel licht valt er door de lens op de sensor), sluitertijd (hoe lang valt er licht op de sensor) en ISO waarde (hoe gevoelig is de sensor voor het licht dat er op valt) – kunt beïnvloeden om het gewenste resultaat te krijgen. De camera zorgt er voor dat de andere instellingen automatisch ingesteld worden aan de hand van jouw voorkeur.

Diafragmavoorkeur

Kies bijvoorbeeld voor diafragmavoorkeur (soms Av, soms A genoemd) op het draaiwiel bovenop de camera. Hiermee kun je bepalen hoe scherp de achtergrond wordt. Hoe lager het getal, hoe onscherper je de achtergrond kunt krijgen. Dit zorgt er voor dat je onderwerp uit de achtergrond lijkt te komen, je krijgt een meer driedimensionaal beeld.

Hoe sterk het effect wordt hangt wel af van hoe ver je van je onderwerp staat en hoe ver weg de achtergrond is. Als je volledig ingezoomd je onderwerp in beeld neemt, met een laag getal en de achtergrond is een stuk verderop, dan zou je dit effect moeten zien.

In onderstaand voorbeeld zie je het verschil tussen verschillende diafragma waarden. Links met diafragma f/1.4 is alleen het onderwerp (net) scherp, de achtergrond is onscherp. Met diafragma f/5.6 is er al veel meer detail zichtbaar in de achtergrond, de tomaat springt er minder uit.

tomaatf561[1]

tomaatf141[1]

Fotografeer je een landschap, dan is het vaak belangrijk om zowel op de voorgrond als de achtergrond een scherp resultaat te krijgen. Zo zie je het landschap per slot van rekening ook met je eigen ogen. Kies voor een diafragma voorkeur van rond de f/8 of f/11.

Let op dat de camera niet automatisch een te langzame sluitertijd instelt. Dan loop je risico op beweging doordat de camera is bewogen tijdens het nemen van de foto. Probeer de sluitertijd niet onder de 1/60s te laten komen, afhankelijk van de zoom die je gebruikt op de lens moet dit nog wat sneller. Probeer bijvoorbeeld bij 100mm de sluitertijd niet onder de 1/160s te laten komen, bij 80mm niet onder de 1/125s.

Sluitertijdvoorkeur

Of kies voor de S stand op het draaiwiel bovenop de camera, hiermee geef je een voorkeur aan voor de sluitertijd. In fotografie worden tijden uitgedrukt in fracties van seconden, een normale sluitertijd duurt bijvoorbeeld 1/125s of 1/250s. Dit is heel kort en dit zorgt er voor dat je ook een klein beetje beweging nog scherp kunt vastleggen. Met sluitertijdvoorkeur stel je deze snelheid zelf in, de camera zoekt de andere instellingen er bij.

sluitertid_langesluitertid[1]

Het was al vrij donker, waardoor de sluitertijd langer werd. Door even te wachten tot er een auto voorbij kwam en dan pas af te drukken kreeg ik een interessanter beeld

Sluitertijdvoorkeur kun je bijvoorbeeld gebruiken als je beweging wilt laten zien in je foto of juist beweging wilt stopzetten. Denk aan het vastleggen van een waterval, met een langere sluitertijd laat je de beweging van het water zien, iets wat met het blote oog nooit valt te zien. Zorg er dan wel voor dat je camera op een muurtje of statief rust.

Een snelle sluitertijdvoorkeur zorgt er voor dat je beweging kunt stopzetten. Om verder te gaan met het voorbeeld van water, als je een snelle sluitertijd kiest als je een fontein of kraan fotografeert, dan zul je zien dat het lijkt alsof je de afzonderlijke waterdruppels kunt tellen.

ISO

De ISO waarde geeft aan hoe gevoelig de sensor is voor het licht dat je vastlegt. Hoe hoger het getal, hoe minder licht op de sensor hoeft te vallen om dezelfde belichting te krijgen. ISO 100 is standaard voor de meeste cameramerken, ISO 200 meestal bij Nikon camera’s. In de meeste gevallen houd je deze waarde standaard zo ingesteld voor het beste resultaat.

Maar vergeet niet dat dit een handig hulpmiddel is als je bijvoorbeeld binnen of in een kerk fotografeert. Als je het diafragma wijd open hebt (een laag diafragma getal) en je sluitertijd wordt te langzaam om nog een scherp resultaat te krijgen, dan kun je de ISO waarde verhogen om de sluitertijd weer te versnellen zodat je alsnog met de camera in de hand een foto kunt nemen.

ISO is dus een ideale manier om bij minder licht toch de gewenste foto te maken. Zoals met alles heeft echter elk voordeel ook een nadeel. De lichtgevoeligheid van de sensor neemt toe, maar je loopt ook meer risico op ‘ruis’ in de foto, digitale foutjes.

ISO 640 is niet heel hoog, toch is er vrij veel ruis te zien omdat het om een erg donkere omgeving gaat

Afhankelijk van de kwaliteit van de sensor in de camera zie je ruis toenemen vanaf ongeveer ISO 400. Sommige camera’s zijn wat gevoeliger hiervoor dan anderen en het is in vergelijkende tests dan vaak ook een belangrijk punt. De ruisgevoeligheid bepaalt mede hoe lang je in de schemering of binnen zonder statief door kunt blijven fotograferen en toch acceptabele resultaten kunt krijgen.

Voor de ISO waarde is geen voorkeurstand, maar je kunt je camera vaak wel instellen op ‘auto ISO’. Doe dit vooral als je wisselende lichtomstandigheden hebt. De ISO waarde heeft direct gevolg voor de uiteindelijke beeldkwaliteit, het is goed te weten tot hoever je met jouw camera kunt gaan voordat je zoveel ruis ziet dat het geen mooi beeld meer oplevert. Maar wees ook niet te bang, beter een scherp beeld met wat ruis dan een onscherp ruisloos beeld.

Het is geen schande zo’n semi-automatische stand te kiezen, ik fotografeer bijna altijd op de diafragmavoorkeur stand als ik mensen en landschappen vastleg en in andere gevallen de sluitertijdvoorkeur stand. De handmatige instellingen gebruik ik met name in de studio als de situatie gelijk blijft tussen de verschillende foto’s of als ik heel veel tijd heb, bijvoorbeeld wachtend op de zonsondergang in een landschap.

Belichtingscompensatie

Het uiteindelijke doel van het nemen van een foto is dat je een interessant beeld krijgt dat niet is overbelicht (te licht) of onderbelicht (te donker). De camera heeft hiervoor een ingebouwde lichtmeter en die weet in heel veel gevallen zelf wat de juiste belichting is voor de door jou gekozen diafragma of sluitertijd. In sommige omstandigheden moet je de camera echter helpen om de juiste belichting te krijgen.

Bijvoorbeeld als in het beeld heel veel wit of heel veel zwart is opgenomen. De camera gaat altijd op zoek naar een verdeling van de lichttonen die op 18% grijs uit komt (neutraal grijs). Is er veel wit of zwart in beeld, dan kiest de camera instellingen die er voor zorgen dat het wit of zwart als grijs wordt vastgelegd. De computer in de camera heeft het in dit geval fout. Door de camera bij te sturen kun je toch een goed resultaat krijgen.

Op de getekende schaal van de lichtmeter op de camera stel je de belichting van 0 naar +2, +1, -1 of -2 afhankelijk van het effect en de hoeveel compensatie je wilt (de meeste camera’s kun je ook zo instellen dat de stappen per 1/3e gaan). Hoe meer naar links (van 0 naar -2), hoe donkerder het beeld, hoe meer naar rechts (van 0 naar +2) hoe lichter het beeld.

Heb je een witte jurk in beeld en stelt de camera eigenlijk een te korte sluitertijd voor om naar 18% grijs te gaan, dan kun je met +1 of +2 extra licht toevoegen om toch weer een witte jurk in beeld te krijgen. Hetzelfde geldt voor de zwarte broek van de bruidegom die je bijvoorbeeld op -1 kunt fotograferen om meer echt zwart te krijgen.

Op basis van ervaring of door een testfoto te maken stel je waar nodig compensatie in. Hoe je dit bij jouw camera doet kun je in de handleiding vinden, vaak onder de term “EV” (Exposure Compensation), AEB of belichtingscompensatie. Bij de meeste camera’s kun je gebruik maken van belichtingscompensatie in een prioriteitsstand zoals diafragma- of sluitertijdvoorkeur of in P(rogramma) modus, het is dus niet noodzakelijk in de M stand te fotograferen.

Compositie

Je maakt een foto, omdat het je aanspreekt wat je ziet. Maar wat je in de echte wereld ziet laat zich niet altijd naar het tweedimensionale beeld vertalen van je monitor of een afdruk. Een belangrijk element in het fotograferen is de compositie. Onder deze term verstaan we hoe je de verschillende elementen die de foto vormen in het beeld zijn geplaatst.

STORRELGOL-331[1]

Dankzij een telelens was het mogelijk om de gelijke vormen van de boom en de rotsen samen te brengen in één beeld

Bij fotografie is het belangrijk dat de kijker goed kan zien wat het onderwerp van de foto is. Door je standpunt te wijzigen, in- en uit te zoomen of door een stap vooruit of achteruit te zetten kun je elementen uitsluiten of juist toevoegen aan de foto waardoor je een beter verhaal kunt vertellen.

Het is de bedoeling dat de kijker even bij je foto blijft hangen. Bij de compositie is het belangrijk alleen die elementen in het beeld op te nemen die belangrijk zijn voor het beeld, overbodige elementen moet je zoveel mogelijk weglaten, omdat ze alleen maar afleiden van het hoofdonderwerp.

Een standaardregel in fotografie is de derdenregel. Als je goed oplet bij het bekijken van foto’s en als je tv kijkt dan zul je zien dat het onderwerp vaak op 1/3 van links of 1/3 van rechts of iets meer boven of beneden in het beeld is geplaatst in plaats van precies in het midden zoals je misschien geneigd bent te doen. Het onderwerp wordt geplaatst op één van de snijpunten van een boter-kaas-en-eieren speelveld, waardoor het beeld net iets interessanter wordt.

compositie_regelderden2[1]

De vlieger is precies op het bovenste linkersnijpunt geplaatst

De derdenregel is echter niet heilig, een compositie kan net zo interessant of misschien wel interessanter zijn als je niet krampachtig aan de ‘regel’ vasthoudt, maar juist voor een afwijkende compositie kiest. Regels bestaan sowieso niet in fotografie, experimenteer dat je het een lieve lust is, je merkt vanzelf wat wel en niet ‘werkt’.

Bij compositie moet je trouwens niet alleen denken aan de plaats van je onderwerp, maar ook andere elementen als lijnen, kleuren en lenskeuze spelen ook mee.

Lenzen

Over lenzen gesproken. Wat een spiegelreflexcamera extra biedt ten opzichte van een traditionele compactcamera is de mogelijkheid om lenzen te wisselen. Hierdoor kun je je camera aanpassen aan het onderwerp dat je fotografeert. Een groothoeklens als je het hele gebouw wilt fotograferen en een telelens als je meer geïnteresseerd bent in vogels.

lenzen[1]

Je hoeft niet een uitgebreide collectie lenzen te hebben bij de start, je kunt eerst met de bijgeleverde ‘kitlens’ en eventueel een zoom telelens zoals een 70-300mm lens uitproberen welke onderwerpen je liggen. Vaak kun je al door een paar stappen voor- of achteruit te zetten je onderwerp beter in beeld brengen.

Als je op zoek gaat naar een nieuwe lens, bedenk dan dat de kwaliteit van een lens een grote invloed kan hebben op het eindresultaat. Een lens gaat vele jaren langer mee dan de camera zelf, een goede aankoop kan een investering voor de toekomst zijn. Bedenk vooraf goed waar je behoeftes liggen en probeer verschillende lenzen uit. Let op dat je lenzen kiest die geschikt zijn voor je camera, Nikon lenzen werken niet op een Canon camera en vice versa.

Als je zo’n relatief dure lens hebt wil je die natuurlijk wel beschermen. Dit is een controversieel onderwerp, veel fotografen zweren bij een doorzichtig UV filter voor bescherming van de lens, anderen zeggen dat een zonnekap op de lens voldoende is (dit houdt ook hinderlijke lensflare uit het beeld). Ik schaar me in het laatste kamp en heb nooit last gehad dat er een beschadiging op de voorkant van de lens kwam (afkloppen).

Het licht zien

Mooi licht bepaalt voor een groot deel het succes van je foto. Veel fotografen kiezen er voor niet midden op de dag te fotograferen. Het licht is dan vrij hard, waardoor het verschil tussen lichte en donkere delen van de foto zo groot is dat de camera niet meer alle details in het donkere of lichte deel kan zien. In dat geval moet je een keuze maken.

natuurlijklicht[1]

De avondzon geeft een mooie warme kleur aan de foto, de kat is aan het genieten

Er zijn manieren om te voorkomen dat we die keuze moeten maken. Zo kun je fotograferen één a twee uur na zonsopkomst en voor zonsondergang. Als de zon net is opgekomen of op het punt staat om onder te gaan heeft het licht een gele gloed, bijna goud gekleurd. De zon staat dan ook vrij laag, waardoor je mooi het relief in het landschap ziet.

Veel landschapsfotografen fotograferen alleen tijdens deze omstandigheden, maar ook overdag kun je mooie plaatjes maken als je weet waar je op moet letten. Een model of bloemen en planten kun je bijvoorbeeld prima fotograferen in de schaduw, daar is het contrastverschil beperkt waardoor je goed de kleuren en details in je onderwerp kunt tonen.

Licht heeft vele eigenschappen die een fotograaf kan uitbuiten om een bepaald effect te bereiken. Licht kan sterk of zwak zijn, het onderwerp van voren, van achteren of vanaf de zijkant belichten. Licht reflecteert verschillend op verschillende oppervlakken. Licht kan binnenkomen in een hoge of lage hoek. Hard, met donkere en duidelijke schaduwen of juist zacht, bijna schaduwloos of juist gespreid met schaduwen die er wel zijn, maar niet overheersen.

Door op een bepaalde manier het licht te gebruiken kun je een eigen stempel drukken op je beelden, doe je dit lang- en onderscheidend genoeg gekoppeld aan bepaalde onderwerpen dan ontstaat er een eigen stijl die mensen zullen gaan herkennen.

Nabewerking

Veel foto’s die je online ziet zijn bewerkt op de computer. Dit kan heel beperkt zijn, het verhogen van het contrast, het verwijderen van stofjes en het bijsnijden van het beeld, tot uitgebreide bewerkingen als het vervangen van de lucht of het combineren van drie of meer foto’s. De nabewerking van foto’s is een vak op zichzelf. Je kunt echter rustig beginnen met programma’s zoals het gratis Picasa, Photoshop Elements, Paint Shop Pro, iPhoto (Mac), etc.

Als je trots bent op je foto’s wil je die natuurlijk delen met de wereld. Er zijn veel websites waar je gratis of tegen betaling je foto’s kunt uploaden en kunt vragen om kritiek. Belangrijk is dat je niet al je foto’s lukraak op het internet zet, heb je veel dezelfde foto’s probeer dan de beste uit te zoeken en te plaatsen. Veel foto’s van professionele fotografen zien alleen de fotografen zelf, ook zij maken slechte foto’s.