Hoe werkt autofocus op je camera

DOOR Kenneth Verburg in Basiscursus – 15 reacties

Onderdeel van de serie 1. Basiskennis
■Starten met een spiegelreflexcamera
■Diafragma, hoe werkt het
■De beste sluitertijd kiezen voor een foto
■Lichtgevoeligheid (ISO), een vergeten camera instelling
■De belichtingsdriehoek
■De beste camera instellingen
■Hoe werkt autofocus op je camera
■Hoe werkt camera witbalans

Je kunt je onderwerp handmatig scherpstellen, dat doen we vaak bij macrofotografie of met stillevens in de studio, maar dat is bijna niet te doen bij bewegende onderwerpen en situaties waarin je snel moet reageren. De camera kan ons daar ook prima mee helpen. Daarom deze keer de scherpstelfuncties van de camera.

Autofocus (AF) programma’s *

Op veel camera’s zitten verschillende autofocus (AF) programma’s. Je hebt de ‘one shot’ die, zoals de naam al zegt, elke keer bij het indrukken van de sluiterknop op één punt focust. Wil je ergens anders op focussen dan moet je de sluiterknop weer loslaten en opnieuw mikken. Je hebt de AI Focus, deze verlegt het focuspunt afhankelijk van waar je met de lens op mikt. En je hebt vaak ook nog een AI Servo optie die continu scherpstelt op een bewegend voorwerp. De camera zoekt het bewegende voorwerp op en probeert deze zo goed mogelijk scherp te houden. Vooral handig bij snel bewegende onderwerpen, vaak dus sport- of natuurfotografie. Over het algemeen heb ik mijn camera op AI Focus staan, anders moet ik elke keer als het onderwerp iets verschuift de sluiterknop loslaten en opnieuw indrukken.

Focuspunten

Als je door de zoeker van een spiegelreflexcamera kijkt zie je een aantal puntjes. Afhankelijk van de camera kunnen dit er drie, maar ook tientallen zijn. Dit zijn de punten waarop de camera scherp kan stellen, we noemen ze focuspunten. Als je de sluiterknop half indrukt zul je zien dat (vaak) het middelste focuspunt rood oplicht (en je hoort in de standaard instelling een *piep*, die heb ik uitgeschakeld). Als dit gebeurd heeft de camera op dit punt scherpgesteld.

Het middelste punt voor het automatisch scherpstellen wordt het meest gebruikt en is meestal ook het meest accuraat. Maar wat nu als je je aan ‘de regels’ probeert te houden en dus je onderwerp links of rechts van het midden of de horizon boven of onder het midden in het beeld wilt plaatsen? Gaat de camera dan niet op de achtergrond scherpstellen?

Compositie met autofocus

Je kunt hier twee dingen doen. Allereerst kun je met het middelste focuspunt mikken op het deel van de foto dat je scherp in beeld wilt krijgen. Houd je nog niet bezig met de compositie, maar druk de sluiterknop half in zodat de camera scherpstelt op dat deel van de foto waar je de focus wilt leggen. Vervolgens houd je de sluiterknop nog steeds ingedrukt en maak je een nieuwe compositie. Het deel wat scherp moet zijn blijft scherp en toch heb je een meer dynamische compositie. Focus and then recompose (FTR).

Doe dit wel alleen met de one-shot modus, in de AI Focus modus gaat de camera toch de focus (iets) verleggen als je de lens van het onderwerp weghaalt. Druk in dat geval op de * knop, deze kan de belichting en/of focus vastzetten zodat je rustig een nieuw compositie te maken zonder minder scherpe foto’s te krijgen.

De andere manier is om vanuit de compositie te werken en één van de beschikbare scherpstelpunten te selecteren. De meeste camera’s hebben een optie om door alle punten te scrollen en het punt dat het beste op je onderwerp valt te selecteren. Dus als je rechtsbovenin wilt scherpstellen, omdat daar je onderwerp is, dan selecteer je dus het focuspunt dat rechtsboven staat en hetzelfde geldt voor linksboven. Hoe meer focuspunten de camera heeft, hoe makkelijker het wordt dat ene punt te selecteren dat precies op de goede plek valt.

Punten die verder uit het midden liggen zijn minder gevoelig dan het middelste punt, in donkere omstandigheden zal de camera dan meer moeite hebben om een goede autofocus te bereiken. Je kunt dan het best terugvallen op de eerste optie van eerst scherpstellen en dan de compositie bepalen.

‘Focus and recompose’ heeft mijn voorkeur bij de meeste onderwerpen. Ik heb daar de meeste controle over waar de focus precies moet liggen. Maar de selectieve focuspunten zijn wel heel handig als je met een statief bezig bent en dus niet met het middelste focuspunt kunt focussen zonder elke keer het statief te moeten verzetten/vertillen of als je onderwerp in beweging is en je wilt met AI Focus en een specifiek focuspunt het onderwerp volgen.

Alles scherp

Naast de losse punten zit er ook een optie op de camera om alle focuspunten te activeren. Handig als je meerdere onderwerpen in één beeld wilt vangen die op verschillende afstanden van elkaar zitten. Dan werkt één focuspunt niet goed. De slimme chip in de camera zoekt dan het meest dichtstbijzijnde voorwerp, selecteert het focuspunt dat daar het dichtst bij zit en houdt hier de focus dus op gericht. Vooral handig bij natuurfotografie.

Let op: gebruik deze optie niet voor bijvoorbeeld portretten waar je kans loopt dat de camera scherp gaat stellen op de neus in plaats van de ogen. In portretten moeten de ogen het haarscherp zijn, het is het eerste waar iedereen (onbewust) naar kijkt. Met de A-DEP modus op (Canon) camera’s kan de camera een diafragmawaarde voorstellen waarmee zowel het voorste als achterste voorwerp scherp is. Niet altijd even betrouwbaar helaas.

Raakschieten

Hoe goed de autofocus ‘raakschiet’ zodra je je sluiterknop indrukt wordt onder meer bepaald door de beschikbare hoeveelheid licht, het contrast met de omgeving, de lichtsterkte van de lens en de kwaliteit van de camera. Met mijn twee F1.8 lenzen (100mm macro en 85mm) is de focus razendsnel, met mijn 28-135mm F3.5-5.6 merk je dat de autofocus er langer over doet het onderwerp te vinden. Ook snel afwisselen tussen dichtbij en veraf focussen betekent dat je tijd verliest omdat de camera op zoek moet naar het nieuwe focuspunt. Ditzelfde geldt trouwens voor je ogen, houd maar eens iets heel dichtbij en kijk dan erlangs naar een onderwerp ver weg. Het duurt even voordat de focus er weer is. Veel fabrikanten hebben speciale benamingen voor autofocus motortjes die snel en geruisloos werken. Bijvoorbeeld ‘USM’ van Canon.

Jagen

Als het te donker wordt merk je dat de autofocus op zoek gaat naar het onderwerp. Hij gaat dan ‘jagen’, snel verschillende scherpstelstanden uitproberen om het onderwerp te vinden. Hij gaat dan van volledig scherp naar onscherp en dan weer terug en blijft niet op de juiste stand staan. Soms moet je dan je focus iets verleggen (bijvoorbeeld op de rand tussen een licht en donker vlak in het beeld ipv alleen in het donkere vlak) of bijlichten. Sommige camera’s hebben een hulplichtje die even snel een flits er uit gooit zodat de camera kan zien waar het focuspunt ligt voordat de echte foto wordt genomen.

Conclusie

Verwacht niet dat autofocus al je focus problemen oplost, vooral bij grote diafragma openingen (lage F-waarden) is de foutmarge erg klein en loop je al snel de kans dat de focus achter of voor het onderwerp ligt. Een stevige hand, een goede selectie van de sluitertijd en gewone ouderwetse skills spelen een grote rol. De fotograaf bepaalt nog steeds voor 90% hoe de foto er uit komt, de focuspunten en -programma’s zijn gewoon een heel erg handig hulpmiddel.

* Verschillende fabrikanten hebben er verschillende namen voor. De AI Focus optie van Canon heet Single-servo bij Nikon, Autofocus Single bij Pentax, Single AF bij Olympus, AF-S bij Sony, Single AF bij Sigma en Single-servo bij Fuji. De AI Servo optie van Canon heet Continuous Servo bij Nikon, Autofocus Continuous bij Pentax, Continuous AF bij Olympus, AF-C bij Sony, Continuous AF bij Sigma en Continuous Servo bij Fuji.